Saneringswerken
De spoorwegactiviteiten op de Centrale Werkplaatsen eindigden in 1993. Om de terreinen te ontwikkelen tot een woonwijk was het noodzakelijk op voorhand bodemsaneringswerken uit te voeren en de niet-beschermde gebouwen te slopen.
Zowel de bodem als het grondwater waren vervuild. De vervuiling was beperkt tot de terreinen van de Centrale Werkplaatsen.
Tussen 1996 en 1998 liep er een bodemonderzoek dat de bodemverontreiniging opspoorde en in kaart bracht. In 1999 werd het bodemsaneringsproject, een studie voor een mogelijke saneringswijze, door OVAM goedgekeurd. In 2002 startte de uitvoering van dit project, de effectieve bodemsaneringswerken. De sanering gebeurde op initiatief en op kosten van de NMBS.
Naast deze saneringswerken uitgevoerd door de NMBS, zorgde de stad voor het bouwrijp maken van de gronden. Dit omvatte het slopen van de niet-beschermde gebouwen, zo nodig asbestverwijdering en het verwijderen en/ of verplaatsen van nutsleidingen. Tuc-Rail trad op als studiebureau voor de werken rond bodemsanering en het bouwrijp maken.
De saneringswerken werden opgesplitst in drie fasen:
- In een eerste fase werden de verontreinigde gronden afgegraven. Een aantal gebouwen kwam toen ook onder de sloophamer terecht om de onderliggende verontreinigingen te verwijderen.
- In de tweede fase ging de aannemer verder met het afgraven van de verontreinigde gronden en werd de grondwatersanering gestart.
- De derde fase omvatte de afbraak van de gebouwen, het afgraven van de assenlaag en het bouwrijp maken van het terrein. Deze werken zijn afgerond in het voorjaar van 2007.