Uitgangspunten nieuwe gebouwen CIP
1. De sokkel
Over de hele stationssite komt een sokkelvolume van gemiddeld twee bouwlagen hoog t.o.v. de Martelarenlaan. Hierdoor ontstaat een sterke begrenzing van de publieke ruimte.
Het sokkelvolume wordt twee keer onderbroken voor twee publieke ruimten.
- De spoorwegonderdoorgang sluit via een 'benedenplein' aan op het Locomotievenpad naar de Centrale Werkplaatsen.
- De nieuwe passerelle over de sporen geeft via een trapeziumvormig 'bovenplein' uit op de Martelarenlaan.
Tegelijk zal de sokkel opvallend transparant zijn en verschillende publieke functies omvatten zodat er zichtbare linken zijn tussen privaat en publiek terrein die de stedelijke ervaring interessant maken.
2. Inplanting volumes
Op de de sokkel komen verschillende bouwvolumes. Ze vormen geen ondoordringbare wand, maar zijn in tegendeel op een zeer speelse manier tegenover elkaar geplaatst.
Hun inplanting werd gekozen op basis van het doorzicht en het vrije uitzicht vanuit deze volumes.
De verschillende volumes behouden ontegensprekelijk hun samenhang doordat ze op dezelfde sokkel staan en door hun geklijkaardig materiaalgebruik.
3. Ontsluiting
Het project omvat een belangrijke ondergrondse parking met twee in- en uitritten:
- De ene in- en uitrit bevindt zich in het noordelijke uiteinde van het project: inrijden gebeurt vanaf de Oude Diestsesteenweg, uitrijden via de Ijzerenwegstraat.
- De andere in- en uitrit bevindt zich in de westelijke helft van de zuidgevel van het project. In- en uitrijden gebeurt richting Tiensepoort.
De pendelparking krijgt een vlotte en veilige verbinding met de spoorwegonderdoorgang en met de paserelle over de sporen.
De fietsenparking - die ook belicht zal worden door daglicht - zal rechtstreeks aansluiten op routes voor zacht verkeer.
De slagbomen zijn in de ondergrond zelf verwerkt.