Hedendaagse ingrepen zorgen voor een renaissance
Het vernieuwde museum is een sterk staaltje van ruimtelijk inzicht. Het hele complex is niet gebouwd op een bouwrijp, maagdelijk terrein, maar op een dichtbebouwd stadsblok dat gedurende de voorbije jaren organisch vergroeid was. De museumsite was hierdoor interessant, maar onpraktisch en weinig presentabel.
Architect Stéphane Beel is er op een uitzonderlijke manier in geslaagd om een nieuwe structuur te steken in deze historische chaos. Om dit te bewerkstelligen, heeft hij enkele oude elementen geëlimineerd en twee grote hedendaagse ingrepen toegevoegd.
Nieuwbouw langs de Vanderkelenstraat
De meest innoverende ingreep van het hele complex is zonder twijfel de nieuwbouw langs de Vanderkelenstraat.
Op de plek waar vroeger onder meer de oude bibliotheek stond, ontwierp de architect een nieuw volume waarvan de laagste verdieping handig gebruik maakt van het hellende terrein.
Door de binnentuin een deel te verlagen en een opmerkelijke entree aan de Vanderkelenstraat te construeren, ontstond er een nieuwe door helder daglicht belichte benedenverdieping. Deze etage huisvest vandaag de ontvangsthal van het gebouw met onder meer de ticketbalie, het auditorium en de boekenwinkel en sluit naadloos aan bij de centrale binnentuin. De extra verdieping gaf ook de bovenlagen met de museumzalen extra ruimte en mogelijkheden. Vandaar dat er in dit gedeelte enkele buitengewone ruimtes zijn met een zee aan mogelijkheden.
De nieuwbouw slaagt er wonderwel in om het beschermde fronton - dat uiteraard uit een ander tijdperk stamt - te integreren in dit vormelijk vrij minimalistische complex. Sterker, het fronton kreeg zijn oorspronkelijke functie terug door het te laten fungeren als toegangspoort tot het museum en de publieke binnenruimten.
De nieuwbouw op de voormalige zaal Demunter
Het was zeker en vast niet de gemakkelijkste beslissing in het hele bouwproces. De zogenaamde zaal Demunter moest afgebroken worden, omdat de structuur de ontwikkeling van het museum en de Hanengang blokkeerde. Toch is uiteindelijk beslist in te gaan op het voorstel van de architect, omdat de voordelen van een nieuw, compacter en hoger volume legio zijn.
Vandaag zijn deze uiterst zichtbaar: Zo is het huis Vander Kelen-Mertens (het historische gebouw rechts op de foto) nu minder ingesloten. Tegelijk zorgde de nieuwbouw voor een uitzonderlijk parcours dat andere gedeelten van het museum aan elkaar linkt. Ten slotte biedt deze nieuwbouw ook heel wat kansen voor de ontwikkeling van de Hanengang en de achterzijde van het universitaire college De Valk. Twee delen die vandaag nog geen echt onderdeel vormen van de stad.
Torens
De hele site is opgehangen tussen twee hogere gebouwen: één aan de Savoyestraat en één aan de Hanengang. Beide bieden een fantastisch zicht op de stad, maar zorgen er ook voor dat M een gezicht heeft in de historische binnenstad.
De resultaten van deze ingrepen zijn verbluffend. De waardevolle historische elementen zoals het oorspronkelijke huis Vander Kelen-Mertens of de centrale eik komen vandaag veel beter tot hun recht dan in hun vroegere context. Daarnaast verbeteren de hedendaagse gedeelten niet alleen de mogelijkheden van het museum, maar verrijken ze ook de stad. De gebouwen uit de verschillende tijdperken staan evenwaardig naast elkaar en lopen naadloos in elkaar over. Het tentoonstellingsparcours slingert zich namelijk door oude en nieuwe ruimten. Een onoplettende bezoeker merkt zelfs niet als hij of zij de overgang maakt van een oud naar een nieuw gedeelte van het museum. Niet dat de nieuwbouw een kopie is van de historische gebouwen - dat zou van weinig eigen(tijdse)waarde getuigen - maar beide soorten gebouwen maken vandaag wel deel uit van dezelfde structuur. Het zijn als het ware kamers van eenzelfde (stedelijk) huis. Door deze nieuwe structuur is het charmante maar onpraktische en onbekende museumgebouw een levendig, hedendaags stadsblok geworden.