De zeven wonderen van Leuven
In de oudheid kende men de zeven wereldwonderen, o.a. de hangende tuinen van Babylon, de Kolos van Rhodos, de piramide van Cheops, ...
Toen de studenten dit in de 16de eeuw vernamen, zochten en vonden ze in Leuven ook zeven wonderen.
- De mensen gaan onder de wortels der bomen.
Boven op de Tervuursepoort groeiden enkele olmen. - De levenden gaan onder de doden.
Aan de Tiensestraat stond de Hoelstratepoort, waarboven een deel van het kerkhof van de Sint-Michielskerk lag. - Het water vloeit tegen de stroom in.
Door de werking der sluizen kon men het water van een arm van de Dijle stroomopwaarts doen vloeien. - De toren lager dan de kerk.
Op de sacristij van het Karmelietenklooster stond een torentje dat niet hoger kwam dan de nok van het dak van de kerk. - Het altaar buiten de kerk.
De barokke gevel van de Sint-Michielskerk en de vele trappen hebben de vorm van een altaar uit de 17de eeuw. - De toren zonder nagels.
De toren van de Sint-Geertruikerk is in tegenstelling tot de meeste torens niet met leien of pannen bedekt waardoor er geen nagels werden gebruikt, maar heeft een opengewerkte stenen spits. - De klok buiten de toren
Een van de klokken van de Sint-Jacobskerk hangt buiten de kerk.
Momenteel bestaan alleen nog de drie laatste 'wonderen'. De anderen zijn in de loop der eeuwen verdwenen.

