Luisterverhaal uit de schepenbank: Alle wegen leiden naar de schepenbank
Arnt gaat 4 keer op bedevaart, maar niet vrijwillig.
Luister naar het verhaal
Beluister je het verhaal op locatie en luister je met anderen naar 1 smartphone? Ga dicht bij elkaar staan om het verhaal goed te verstaan. Zo kunnen andere bezoekers genieten van de rust.
Lees het verhaal
Een bedevaart als straf was voor de stedelijke overheid in de middeleeuwen een zegen. De veroordeelde deed boete door alles achter te laten en een lange, gevaarlijke tocht te maken, terwijl het stadsbestuur het probleem zo letterlijk en figuurlijk de stad uitwerkte.
Toch was het geen zaligmakende oplossing: er bleven veel mazen in het net waardoor de crimineel kon glippen om deze straf ten minste deels te omzeilen. Natuurlijk waren de autoriteiten hier niet blind voor en ze probeerden al bij voorbaat elk mogelijk trucje in de kiem te smoren.
Zo stond Arnt vander Hoven op 23 april 1468 in de schepenbank van Leuven terecht voor moord. Hij had namelijk Jan van Berlair op een gewelddadige manier om het leven gebracht. Toch wist Arnt een executie te ontlopen door zich met de nabestaanden van zijn slachtoffer te verzoenen, maar daar stond vanzelfsprekend iets tegenover: hij moest wel verschillende boetetochten afleggen.
Tijdens zijn omzwervingen zou hij dan goed kunnen nadenken over zijn misdaad en in elk bedevaartsoord genade smeken bij Onze-Lieve-Heer en zijn heiligen voor de zonde, waarmee hij zijn ziel had besmeurd.
Voor de familie en vrienden van de vermoorde Jan werd de moordenaar zo ook voor een tijdje uit de stad verwijderd. Zich met hem verzoenen was een ding, maar Arnt regelmatig op straat tegenkomen was vermoedelijk dan weer iets heel anders.
Bovendien waren strafbedevaarten vaak lang en de wegen vaak gevaarlijk: je kon niet zeker weten of de pelgrim het er levend vanaf zou brengen. Jans nabestaanden hielden misschien wel hun vingers gekruist.
Voor de schepenen woog de moord in ieder geval zwaar genoeg door om Arnt naar niet minder dan vier bedevaartsoorden te sturen: Santiago de Compostella, Rome, Rocamadour en Milaan stonden allemaal op het lijstje.
Mogelijks dacht Arnt dat hij maar een lange tocht hoefde te maken en alle plaatsen in een keer te bezoeken, maar dat was buiten de schepenen gerekend. In plaats van één lange reis, stonden de schepenen er echter op dat Arnt onmiddellijk naar Leuven terugkeerde nadat hij zijn ziel had opgepoetst in een van de heiligdommen. Hij moest dan het bewijs van zijn pelgrimstocht bij hen komen inleveren en pas wanneer dat stukje papier bij het stadsbestuur lag, mocht en moest hij binnen veertig dagen vertrekken naar zijn volgende bestemming. Zo zagen de autoriteiten erop toe dat hij niet zou sjoemelen met zijn bedevaarten en netjes zijn volledige straf uitwandelde.
Andere luisterverhalen
Heb je een vraag?
Contacteer ons. Wij helpen je graag verder.