Luisterverhaal uit de schepenbank: Schelden om een halve stuiver
Een vergadering van het kleermakersambacht loopt helemaal uit de hand.
Luister naar het verhaal
Beluister je het verhaal op locatie en luister je met anderen naar 1 smartphone? Ga dicht bij elkaar staan om het verhaal goed te verstaan. Zo kunnen andere bezoekers genieten van de rust.
Lees het verhaal
Op een herfstdag in oktober 1472 sleepte ene Jan Cruypelant, lid van het kleermakersambacht, zijn collega Gort Hanckart voor de Leuvense schepenen en beschuldigde hem van slagen en verwondingen. Gort zou namelijk binnen zijn eigen woning Jan in het gezicht geslagen hebben tijdens een vergadering van het ambacht, waardoor die een bloederige wonde opliep.
Als boetedoening eiste Jan dan ook dat de schepenen zijn belager op bedevaart naar Milaan zouden sturen, of hem een andere, gelijkaardig straf zouden geven, zolang de schuld maar vereffend werd. Maar toen moest Gort zelf nog aan het woord komen.
Volgens Gort had de klager namelijk enkele belangrijke details uit zijn relaas weggelaten, die het hele voorval in een compleet ander daglicht stelde. Zo zou de ruzie ontstaan zijn toen Jan en zijn kompaan Hansen de Ludicker na de vergadering weigerden de gebruikelijke halve stuiver voor het eten en drinken te betalen. De twee weigerden te betalen en begonnen te schelden, terwijl hun medeambachtsleden hen probeerden te overtuigen dat iedereen die bijdrage moest leveren — waarom zij twee dan niet?
Het mocht echter niet baten: Jan en Hansen bleven tieren en schelden. Zodra ze doorhadden dat een aantal ambachtsleden de deuren van het vertrek gesloten hadden om te verhinderen dat de wanbetalers zouden vertrekken zonder hun bijdrage te leveren, was het hek helemaal van de dam.
Ze dreigden alles kort en klein te slaan, waarop Gort hen, waarschijnlijk uit angst voor zijn meubilair, voorstelde dat hij hun stuivers wel zou voorschieten, zolang ze maar vertrokken. Jan ging niet op dit compromis in; integendeel — hij beweerde dat Gorts huis net zo goed als een soort taverne fungeerde en dat hij dus evenveel recht had om te blijven.
Uiteindelijk moest het ambacht de twee relschoppers het pand uitwerken, waar Jan op straat verder bleef razen en riep dat hij beter was dat Gort en iedereen die met zijn soort omging. Hij begon zelfs op zijn eigen lippen te bijten en zijn gezicht te bewerken om zichzelf te verwonden. Weer moesten ze hem met man en macht vastpakken en wegslepen om erger te verhinderen, zonder dat hij ooit voor zijn maal betaalde.
Hoewel Jan nog steeds volhield dat zijn versie van het gebeuren klopte, kon Gort genoeg getuigen oproepen die zijn relaas bevestigden, en kon hij de schepenen van zijn gelijk kon overtuigen. Zowel de meier als de schepenbank verklaarden Jans klacht en poging tot wraak niet ontvankelijk.
Daarmee was de kous af, hoewel Jan waarschijnlijk wel voor een tijdje in zijn eigen sop gaar kookte door het mislukken van zijn poging tot wraak.
Andere luisterverhalen
Heb je een vraag?
Contacteer ons. Wij helpen je graag verder.